Molenspreekwoorden

Hij loopt met molentjes (W. Pfeiffer)
Spreekwoorden en gezegden
• Hij loopt met molentjes (Hij is niet goed wijs)
• Dat zullen we God en de molenaar laten scheiden (Hier is geen oordeel over te vellen)
• Een stille molen maalt geen meel (Men bereikt niets zonder te werken)
• Wie het eerst komt, die het eerst maalt (De eerste die komt is aan de beurt)
• De molen is door de vang (Er is geen houden meer aan)
• Dat is koren op zijn molen (Dat komt hem goed van pas)
• Die omtrent de molen woont, bestuift van het meel. (Men wordt beïnvloed door de mensen met wie men omgaat)
• Daar is wat in de molen (Daar is welvaart)
• Gij rommelt als een molen, doch ik zie nog geen meel (Je doet wel belangrijk, maar ik zie geen resultaat)
• Dat is al lang in de molen geweest (Hierover is al lang geleden beslist)
• Hij heeft een klap van de molen gekregen (Hij is niet helemaal bij zijn verstand)
• Twee harde stenen malen zelden fijn (Twee mensen die niet willen toegeven kunnen niet samenwerken)
• De molen naar de wind keren (Zich gedragen naar de omstandigheden)
• Niet alle molenaars zijn dieven (Scheer niet iedereen over dezelfde kam)
• Dat ligt als een molensteen op zijn hart / Dat hangt als een molensteen om zijn nek (Dat is een zware last)
• Mijn molen maalt niet meer (Mijn gebit is slecht)
• De molen door de vang laten lopen (Alles loopt in het hondert)
• 't Is een schone dag zei de mulder en ’t waaide (Ieder preekt voor z'n eigen parochie)
• Zolang de ezel zakken draagt, heeft de molenaar hem lief (Iemand wordt geprezen zolang hij goed zijn werk doet)

